maandag 20 december 2010

Kerstpakket

In Engeland is er de kerstborrel. Die ene avond in het jaar waar menigeen zich onacceptabel mag gedragen omdat iedereen het de volgende morgen toch is of wil vergeten. Gratis drank en glitterjurkjes.

In Nederland vieren we onze feestjes echter het liefst achter onze open gordijnen. Zo wij alcoholische versnaperingen binnenshuis consumeren waar de Britten de ganze avond in de nabije pub rondhangen, zo is de Hollandse kerstknaller een besloten feestje in een doos.

Eind december is het altijd weer een bekend gezicht: de man of vrouw die met loodzwaar kerstpakket door sneeuw en schemering sukkelt, een glimmend verlangen naar het ongeopende stukje warmte onder het bordkarton. Openmaken doe je thuis, en dus niet met je collega's, en zo is die oubollige kerstbonus lekker helemaal van jezelf.

Zo slenterde ik rond zes uur vanmiddag ook door witte straten van sprookjesachtig wit Utrecht, mijn zicht belemmerd door het feestelijke object dat ik muurvast in mijn armen had geklemd. Kerstlunch op kosten van de baas voor de uitzendkracht te Engeland is toch wel iets anders dan een Blijde Doos van een Nederlandse vaste werkgever. Dat het nieuwe jaar maar tevens mooi uitpakken mag.

zondag 28 november 2010

Sintergratie

Begin december is een verblijf in Nederland buitengewoon aanlokkelijk. Daar de kerklokken van de Dom 'Oh kom er eens kijken' klinkelen en ik op een zaterdags bezoek aan mijn lokale winkelcentrum belaagd wordt door een dozijn Pieten met blaasinstrumenten, voel ik mij op het moment bijzonder thuis in het Hollandse.

In een tijd waarin PVV-hufterigheid voelbaar zijn effecten heeft - onbetaalbare kunst en overal 130 rijden - ben ik maar al te blij dat, een poging van Verdonk ten spijt, het Sinterklaasfeest onaangetast lijkt door de nieuwe wind die door Neerlands bomen waait. Je hoeft maar een enkele blik te werpen op de Sintse feestelijkheden in een multiculturele buurt als de mijne om je zeer af te vragen of de intergratie wel zo mislukt is als men graag beweert. Allochtone en autochtone kinderen kleuren met identiek enthousiasme hun Sinter-kleurplaat in, en moeders met en zonder hoofddoek worden met aanzienlijke kracht richting Pieten gesleept.

Juist in deze tijden maak ik ons uniek Hollandse Sintfeest graag een tikje internationaler. Als ultiem decemberexperiment breng ik op pakjesavond dan ook met veel aplomb een Brit onder de Nederlanders. Aangezien de gemiddelde Brit in zijn of haar diepgewortelde gevoel voor politieke correctheid gruwt van het zwartgeverfde gezicht van een Piet, zijn de integratieproblemen in deze gecompliceerder dan menig voorval waarvoor Geert graag tanks Gouda ziet binnenrollen. Gelukkig is een gang over de daken ter overtuiging een klein stukje geruislozer.

zondag 7 november 2010

Eén been

Vreemde situatie. Als nieuwsgierige Hollander in het Londense was ik, ondanks het feit dat ik mij uitgebreid vergaapte aan wat de stad te bieden heeft, vaak schuldig aan een melancholisch wederkeren naar het Hollandse. Om die reden werd zowel de actualiteit als het culturele gebeuren veelal op de voet gevolgd. Met beide benen in Britannia, maar de blik zo af en toe wat meewarig op de Lage Landen gericht.

Nu ik mij professioneel volledig heb gerepatrieerd, begin ik pas te ervaren hoe afhankelijk drie jaar in het Britse mij heeft gemaakt van het Eiland en haar bewoners. Daar mijn lief zich ook nog eens in het hart van de Britse hoofdstad bevindt, lijkt elk snippertje vrije tijd opgeslokt te worden door mijn tweede vaderland. Keek ik toen ik in Londen woonde nog dagelijks het journaal en De Wereld Draait Door, nu begin ik de dag met BBC Breakfast en ga ik na een lange skypesessie met Islington's finest naar bed met recentelijk ontdekte BBC Three-sitcom Him & Her.

Kan ik mijn repatriëring wel volledig voltooien in deze staat van ultieme divisie? Is mijn gezellige Utrechtse flatje echt nog mijn thuis wanneer hart en ziel immer in Zuid-Engeland vertoeft? Of weet ik een subtiele balans te creëren, waardoor mijn anglofiele aard en mijn onomstotelijk Nederlandse identiteit eindelijk in harmonie kunnen bestaan? Ik haal mijn schouders op, steek een paar kaarsen aan en zap van Nederland 1 naar BBC 1. Van der Vaart en Tottenham op beide zenders. Kennelijk ben ik niet de enige met één been hier en de ander in een Londense suburb.

woensdag 20 oktober 2010

Schets

Nieuwe, tijdelijke standplaats. Weer een hoofdstad, weer een kantoor. In plaats van een ondergrondse, bijna slinkse beleving van het metropoolse, zie ik Amsterdam vanuit mijn ivoren toren breed en brutaal schitterend aan mijn voeten liggen. Als in mijn vorige habitat, brengt het openbaar vervoer mij nimmer naar hartje stad, waardoor ik mijzelf bewust dien wakker te schudden uit een eeuwige op en neer tussen bed en bureau, zonder het stadse ook maar enigszins in mij op te nemen.

Toch ben ik aangenaam verrast. Een doodnormale dinsdag en, nog voor de lunch, staan er twee prachtige schetsen op mijn netvlies. Een gesprek tussen een ras-Amsterdamse ongediertebestrijder en een Engelssprekende dierenliefhebber ontpopt zich voor mijn ogen als een kant-en-klare literaire krabbel. Niet veel later biedt de toegang die ik krijg tot persoonlijke documenten mij de kans om een waar liefdesdrama neer te pennen.

Een lange dag achter de boeg, lig ik de dag in mijn bed nog eens na te malen. Daar waar ik het grootste gemis voel, wordt de leegte opgevuld met observerend genot. Zolang ik nooit verdoofd wordt voor dat wat zich voor mijn ogen en oren geschiedt, zo lang kan ik genieten van wat het leven mij te bieden heeft. Dan is een Amsterdamse skyline, compleet met regenboog, lang niet het meest indrukwekkende goed.

donderdag 23 september 2010

Brug

Nu het dan ook eindelijk gelukt is om een goedgelovige werkgever te overtuigen van mijn waarde als ijverig werknemer, bevind ik mij eindelijk niet meer in een wereld van schriftelijke smeekbedes en slijmerige sollicitatiegesprekken. Ik zie mij daarentegen genoodzaakt om mijn brein te pijnigen over zaken als brutosalarissen, pensioenregelingen en reiskostenvergoedingen, wat ik redelijkerwijze beschouw als onomstreden luxeprobleem. Dat ik nu in staat ben om verzoeken te doen, in plaats van mij slaafs bij alle beperkingen neer te leggen, bevalt mij dan ook uitermate goed.

Tijd om dan ook weer eens echt te gaan roepen. De wanhoop der werkeloosheid mag mijn creatieve brein dan enige tijd de kop in gedrukt hebben, het wordt nu weer eens tijd om mijn ouderwetse observatiespel opnieuw op te pakken. Aangezien mijn toekomstige werkzaamheden zich in zowel Utrecht als Amsterdam en Almere af gaan spelen, voorzie ik dan ook met een heel palet aan culturele eigenaardigheden gepresenteerd te worden. Dit werd reeds direct duidelijk bij mijn historisch eerste bezoek aan de tweede stad van Flevoland, waar ik prettig verrast werd door de gemoedelijke sfeer, fraaie zeezichten en humoristische straatnamen.

Desondanks is er een kriebel die noch te Holland, noch te Flevoland gekrabd kan worden. De standplaats van weleer ligt nog zo vers in het geheugen, dat elke roep doet denken aan de waanzinnigheid van de Londense metropool. Het doet me dan ook deugd aan te kondigen dat ik mij vanaf dinsdag aanstaande opnieuw een week mag bewegen in het Londense, waar mijn observerend oog en anglofiel nieuwsgierige gemoed zich weer even al genietend kunnen wanen in een waar walhalla, wat hopelijk toch ook een aantal prikkelende schrijfsels tot gevolg zal hebben. En tot die tijd, lezer, overbrug ik deze blanco periode en warm ik mij aan hoopvolle arbeidscontracten.

woensdag 1 september 2010

Blauw en kil

Het nieuwe Nederland, regeringloos en naarstig op zoek naar zijn identiteit, ontwikkelt zich in rap tempo tot een gure en onprettige leefomgeving. Daar waar relaties tussen bevolkingsgroepen verharden en het oprukkend individualisme velen sneller vol wantrouwen naar hun buidel geld doet grijpen, is het over het algemeen geen prettig toeven. Bedekt onder een smeuïge laag Hollandse gezelligheid - het oprukken van de folkoreproducten in 's lands winkels is slechts een verkapte wijze van het klunzig reconstrueren van een definitie van verloren puur Hollands, van een Henk en Ingrid - lijkt de Nederlandse samenleving op het eerste gezicht onveranderd. Kijk je echter naar de de arbeidsmarkt, één van de meest genadeloze elementen van een bekritiseerde welfare state, dan is Hollandse gemoedelijkheid en doodgewoon fatsoen inmiddels helaas ver te zoeken.

Sinds mijn afstuderen heb ik gepoogd mij te wagen op zowel de Britse als de Nederlandse banenmarkt. Ondanks de prettige leefomgeving die de taal en cultuur van de Brit weet te creëren, heeft met name de Londense gemeenschap een granieten en genadeloze kern. Aangezien de Brit alles doet om een verbale belediging te vermijden, zul je recht in je gezicht zelden tot nooit worden afgewezen. De wijze waarop de Engelsman wel blijk geeft van de ongeschiktheid van een sollicitant is daarentegen een stuk pijnlijker. Als hoopvolle baantjesjager kun je alleen een reactie verwachten bij een succesvolle sollicitatie, en zelf als je ver in de sollicitatieprocedure bent doorgedrongen, is het nog steeds een zaak van 'bel ons niet, wij bellen jou'. Reiskostenvergoeding is, zowel in geval van eensollicitatiegesprek als voor een werkende, simpelweg onbespreekbaar.

Na twee jaar aangemodderd te hebben binnen deze fascinerende doch confronterend harde cultuur, meende ik dat het tijd was om terugte keren naar mijn Hollandse wortels, en de gemeenschap waarvan de gewoontes dichter lagen bij mijn idee van een fatsoenlijke en gebalanceerde samenleving. De crisis schokt nog immer na en de arbeidsmarkt is dan ook danig overbevolkt, maar ik meende in ieder geval te rekenen op een faire benadering met inachtneming van mijn ervaring en kwaliteiten die ik als werkzoekende te bieden heb. Helaas, niets was minder waar. Daar ik over een curriculum vitae beschik, dat dankzij de magische combinatie van Coca-Cola en Contraterrorisme nogal eens de aandacht weet te trekken, heb ik absoluut geen gebrek aan uitnodigingen voor sollicitatiegesprekken. Vijf heb ik er reeds ondergaan, helaas zonder succes. Dat is echter niet de reden voor mijn frustratie.

Voor iemand met een nul-urencontract produceert een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek zowel vreugde als een financiële klapper. Daar je de inkomsten van een dag werk mist, mag je wel aannemen dat de selectieprocedure zodanig zorgvuldig is verlopen dat een uitnodiging weloverwogen is verzonden, en dat een investering van jouw kant dan ook de moeite waard zal zijn. Als je dan, tot vijf keer toe, enkel wordt afgewezen op basis van argumenten die bij het vergelijken van van CV's ook naar voren hadden kunnen komen, en je bovendien ontdekt slechts één van twintig uitgenodigde sollicitanten te zijn die voor een enkele functie is uitgenodigd, borrelt een niet gering gevoel van onrechtvaardigheid aan de oppervlakte. Als dan ook een verzoek tot het vergoeden van de reiskosten - een Nederlandse fatsoensregel waaraan men meer dient te hechten dan het Delfts blauw tegeltje - resoluut wordt genegeerd of afgewezen, voel jij je als serieuze werkzoekende toch wel danig in het hemd gezet.

De misstanden gaan echter nog verder. Bij een van de gesprekken werd de negatieve uitkomst in weerwil van mondelinge beloftes niet op het toegezegde tijdstip, maar pas na vele dagen wachten en zelf informeren medegedeeld. Tevens werd mij, waar ik meende dat een dergelijk aanbod uit fatsoen toch wel gemaakt zou moeten worden door de werkgever, ontraden bij toekomstige sollicitaties nog te informeren naar een reiskostenvergoeding. De sollicitant dient zich in moeilijke tijden kennelijk slaafs op te stellen, zodat een werkgever eventueel zal overwegen over zijn hart te strijken en de arme stakker in dienst te nemen.

Is het heel vreemd dat ik op deze wijze niet deel wens te nemen aan dit proces? Wordt ik excessief rebels geacht indien ik mijzelf primair beschouw als een goed opgeleide werknemer die veel te bieden heeft? Wellicht geeft een overbevolkte arbeidsmarkt de sollicitant bij salarisonderhandelingen een minder sterke positie, maar zover ben ik nog niet eens gekomen. Een faire en menselijke behandeling van sollicitanten in tijden waarin een werkgever zich een stuk meer kan permitteren tekent voor mij een terugkeer naar een fatsoenlijke samenleving, die ondanks de crisis haar waarden heeft weten te behouden. Schrijf dat maar op een Delfts blauw tegeltje.

vrijdag 16 juli 2010

Lik op stuk

Soms moet je er wel eens het beste van maken. Adieu Londen, en ave aan stad van studie en weleer. Nu de grootste plannen op carrièregebied nog immer onvervuld blijven, moet de kost nog maar een tijdje met 'het zweet op mijn brouw' verdiend worden. Een wederkeren naar de winkelbaantjes van mijn studententijd maakt de flashback naar vijf jaar geleden vrijwel compleet. Desondanks geef ik er de voorkeur aan mijn professionele activiteiten te typeren als een langdurig antropologisch project. In hartje Utrecht, multicultureel centrum van quintessential Nederland, valt er bij het vakkenvullen en kassadraaien dan ook voldoende te observeren. Er verschijnen trage mensen, lieve mensen, praatgrage mensen, maar ook zeurpieten, gladjassen en regelrechte oplichters. Van de dame in hoofddoek die een krultang aanschaft tot de jolige jongeman die een cadeauverpakking wil voor een middelgrote keukentrap, de observator-winkelbediende verveelt zich nimmer.

Toch kun je het maar moeilijk laten ook jezelf aan een strenge observatie te onderwerpen. Hoe kom ik over, in die grote blouse, dat vierentwintigjarige hoofd tussen de tieners achter de kassa? Al kijkende naar menselijke variëteit kan ik me maar moeilijk bedwingen, en zie ik mezelf voortdurend oordelen vellen. Wie trekt zijn conclusies over mij?

Zonder een beetje speeksel kan ik de flinterdunne draagtasjes niet openkrijgen. Zonder die snelle lik aan mijn vingers sta ik minutenlang te friemelen. Tijdens de luttele seconden die desondanks voorbij tikken, stel ik me voor hoe een klant/schrijver/dichter mij op papier observeert. Een wulpse lik wordt wellicht liters spuug voor winkel en wereldbaan. Wie walgt en wie waardeert de trouwe lik nu juist?

Met grote moeite richt ik mijn kijker wederom naar buiten. In gedachten verzonken, heb ik ondertussen een gelukzoeker gemist, die een uitverkoopsticker van een enkele euro op een peperdure onderzetter had geplakt plakt. Vijftig procent kassakorting, en de vogel is gevlogen. En hij hoefde niet eens een tasje.