Toch kun je het maar moeilijk laten ook jezelf aan een strenge observatie te onderwerpen. Hoe kom ik over, in die grote blouse, dat vierentwintigjarige hoofd tussen de tieners achter de kassa? Al kijkende naar menselijke variëteit kan ik me maar moeilijk bedwingen, en zie ik mezelf voortdurend oordelen vellen. Wie trekt zijn conclusies over mij?
Zonder een beetje speeksel kan ik de flinterdunne draagtasjes niet openkrijgen. Zonder die snelle lik aan mijn vingers sta ik minutenlang te friemelen. Tijdens de luttele seconden die desondanks voorbij tikken, stel ik me voor hoe een klant/schrijver/dichter mij op papier observeert. Een wulpse lik wordt wellicht liters spuug voor winkel en wereldbaan. Wie walgt en wie waardeert de trouwe lik nu juist?
Met grote moeite richt ik mijn kijker wederom naar buiten. In gedachten verzonken, heb ik ondertussen een gelukzoeker gemist, die een uitverkoopsticker van een enkele euro op een peperdure onderzetter had geplakt plakt. Vijftig procent kassakorting, en de vogel is gevlogen. En hij hoefde niet eens een tasje.
