donderdag 23 september 2010

Brug

Nu het dan ook eindelijk gelukt is om een goedgelovige werkgever te overtuigen van mijn waarde als ijverig werknemer, bevind ik mij eindelijk niet meer in een wereld van schriftelijke smeekbedes en slijmerige sollicitatiegesprekken. Ik zie mij daarentegen genoodzaakt om mijn brein te pijnigen over zaken als brutosalarissen, pensioenregelingen en reiskostenvergoedingen, wat ik redelijkerwijze beschouw als onomstreden luxeprobleem. Dat ik nu in staat ben om verzoeken te doen, in plaats van mij slaafs bij alle beperkingen neer te leggen, bevalt mij dan ook uitermate goed.

Tijd om dan ook weer eens echt te gaan roepen. De wanhoop der werkeloosheid mag mijn creatieve brein dan enige tijd de kop in gedrukt hebben, het wordt nu weer eens tijd om mijn ouderwetse observatiespel opnieuw op te pakken. Aangezien mijn toekomstige werkzaamheden zich in zowel Utrecht als Amsterdam en Almere af gaan spelen, voorzie ik dan ook met een heel palet aan culturele eigenaardigheden gepresenteerd te worden. Dit werd reeds direct duidelijk bij mijn historisch eerste bezoek aan de tweede stad van Flevoland, waar ik prettig verrast werd door de gemoedelijke sfeer, fraaie zeezichten en humoristische straatnamen.

Desondanks is er een kriebel die noch te Holland, noch te Flevoland gekrabd kan worden. De standplaats van weleer ligt nog zo vers in het geheugen, dat elke roep doet denken aan de waanzinnigheid van de Londense metropool. Het doet me dan ook deugd aan te kondigen dat ik mij vanaf dinsdag aanstaande opnieuw een week mag bewegen in het Londense, waar mijn observerend oog en anglofiel nieuwsgierige gemoed zich weer even al genietend kunnen wanen in een waar walhalla, wat hopelijk toch ook een aantal prikkelende schrijfsels tot gevolg zal hebben. En tot die tijd, lezer, overbrug ik deze blanco periode en warm ik mij aan hoopvolle arbeidscontracten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten